Niet alleen god is dood?
Niet alleen god is dood, ook de godin is dat. Een adequatere omschrijving van de postmoderne utopie die Donna Harraway ons voorspiegelt in haar Cyborg Manifesto (1985)kan ik me bijna niet voorstellen. Maar de vraag is of ten eerste god wel zo dood is, en ten tweede wat dat betekent voor de godin.
Harraway geeft in haar Cyborg Manifesto een prachtige beschrijving van de apotheose die de verlichting kent in de postmoderniteit. Waar anderen zich misschien druk zullen maken om de teloorgang van kunst, morele waarden en noem al meer maar op, herkent zij de positieve kanten van deze ontwikkeling. Waar de ethicus, en dan vooral de streng christelijke, wellicht zijn vraagtekens zou plaatsen bij het implanteren van een dierenhart in een mens, is dit voor Harraway een aanleiding om de feministen juichend de straat en de barricades op te jagen. En daar heeft ze gelijk in. Natuurlijk, want de steeds verder vervagende grenzen maken het mogelijk voor de mens om nu eindelijk eens af te rekenen met die eeuwig zeurende zucht naar de waarheid.
Nietzsche had gelijk toen hij stelde dat de mens zelf aantoonde zijn bestaan al veinzend door te brengen door te denken dat zij iets van de dingen zelf weet, terwijl zij niets anders dan de metaforen kent. Ook Harraway weet dat Nietzsche gelijk had en ziet nu tot haar grote vreugde dat er een tijd ontstaan is waarin die schijnwerkelijkheid wordt gedeconstrueerd. Want dat is toch wat zij stelt in haar omschrijving van de afbrokkelende instituten die onze werkelijkheid in stand hielden. Het wegvallen van klassieke tegenstellingen zoals man/vrouw, natuur/cultuur, realiteit/schijn of god/mens, die juist door de tegenstelling bepalen wat de ander is, kan niet anders dan het gevolg zijn van een stroming die hardnekkig de geldigheid van deze instituten ontkent.
De mogelijkheid tot uitholling van de instituten die ons werkelijkheidskader bepalen herkent Harraway in het vertellen van alternatieve verhalen, waarbinnen de geldende verhalen worden ontkent, of beter nog gezegd irrelevant worden verklaard. Meervoudige verhaallijnen creëren een netwerk waarbinnen betekenissen gegenereerd kunnen worden. Betekenissen die geen vaste plek hebben of vorm kennen, maar die steeds weer opnieuw vormgegeven worden, waarna ze ook weer worden afgebroken en achtergelaten in het netwerk. Het is alsof wij kunnen kiezen. Elke situatie kent zijn eigen context van verhalen en wij kunnen daar het onze, één uit dat onuitputtelijke reservoir dat wij met ons meedragen, aan toevoegen. Ons verhaal wordt onderdeel van het netwerk. In eerste instantie omdat het de betekenis van wat wij aantreffen in het netwerk beïnvloedt, maar later ook omdat het onderdeel is geworden van wat anderen of wijzelf in het netwerk aantreffen, het wordt één der verhalen.
In het netwerk bestaat geen hiërarchie of rechtlijnigheid. De verbindingen lopen kris kras door elkaar en kunnen in alle richtingen worden gevolgd. Kenmerkend voor het netwerk ook is dat het geen oorsprong heeft. Net als Harraways cyborg kent het netwerk geen oorspronkelijke eenheid, of zuivere waarheid. Er is in het netwerk geen kern of centrum aanwezig dat door goed te zoeken kan worden gevonden. Als er al een centrum was, dan was zij leeg en kon zij steeds weer opnieuw gevuld worden met een nieuwe betekenis. Zizek noemt dit decentralisatie. In het netwerk is echter geen leeg centrum aanwezig, maar zijn er ontelbaar veel van deze leegtes of leemtes, plaatsen die vrij zijn gebleven om ruimte te bieden aan betekenisvorming, maar die onmogelijk betekenis kunnen vasthouden. Het is in het netwerk onmogelijk om een betekenis te vinden die vaststaand en oorspronkelijk is, dit is tegengesteld aan het netwerk waarbinnen betekenissen steeds weer verschuiven. Het netwerk bestaat niet uit betekenissen, maar is de omgeving waarin betekenissen worden gegenereerd. Het netwerk is de taal.
Overal zijn verhalen en steeds meer zullen er komen, de verhalen die het netwerk vormen, de verhalen die de context zijn voor onze betekenisvorming. Steeds meer komen er nieuwe verhalen bij die op gespannen voet leven met de oude verhalen, die hun vraagtekens zetten bij de betekenissen die vastgelegd waren in instituten en een eeuwig waarheidsgehalte in zich mee leken te dragen. Daarom is god dood. Het verhaal van de wetenschap heeft god overbodig gemaakt. Een groter vraagteken kan je je bijna niet voorstellen. Niet langer heeft de mens gods schepping nodig om de wereld waarop zij leeft te accepteren. De wereld die Darwin ons schenkt is meer dan genoeg. Zijn verhaal, het verhaal van de verlichting heeft god dood gemaakt.
En dat is zo’n alternatief verhaal waar Harraway mijns inziens op doelt. Een verhaal dat een ondermijnende kracht heeft op het bestaande verhaal en door dat verhaal naast het bestaande verhaal te plaatsen zal die de geldigheid hiervan ontkennen. Daarmee wordt een nieuw werkelijkheidskader gecreëerd, waarbinnen andere regels gelden dan men daarvoor gewend was. Wat waarheid is, wordt bepaald door wat wij als waarheid benoemen en verandert dus wanneer wij de waarheid binnen een ander werkelijkheidskader willen benoemen.
Maar is god dood? Wat zouden jullie zeggen? Is het niet bewonderenswaardig hoe god juist weer tot leven is gewekt? De wederopstanding van god in onze tijd heeft bijna een grotere betekenis dan de bijbel zelf. Het is toch om je over te verwonderen hoe de mens god wederom in de armen sluit. Maar nog fascinerender is het wellicht om te zien wat er met ons netwerk gebeurt, onze verhalen die niet hiërarchisch willekeurig met elkaar verbonden zijn, waarbinnen wij betekenisgeving zoeken. Want plotsklaps lijkt de simpele aanwezigheid van verschillende verhalen niet genoeg te zijn om de claim op de waarheid van andere verhalen te ondermijnen, zoals Harraway wel veronderstelt. Of moeten we dit anders zien? Het lijkt wel of de mens in staat is om al die andere verhalen overboord te kunnen gooien, ze simpelweg te kunnen ontkennen, om plaats te maken voor dat ene verhaal. Het komt op mij over als zou de mens verdwaald zijn geraakt in de grenzeloze en chaotische postmoderne wereld, waarin betekenissen steeds weer veranderen en je nergens houvast kunt vinden die niet in je vuist versplintert zodra je het beet pakt.
Een verdwaalde mens die zich nu probeert te ontworstelen uit deze chaos en de randen van het netwerk opzoekt om te ontsnappen, die als een wilde om zich heen slaat om de grote verscheidenheid van verhalen van zich af te slaan. Een verdwaalde mens die verlangt naar overzicht, duidelijkheid en eenduidigheid. Een mens die opnieuw verlangt naar god en instituten en die een wereld voor ogen heeft waar in belang van alle vrouwen en in godsnaam hopelijk de godin een mooie plek krijgt. Of is deze voorstelling slechts die van een grot en zijn schaduwen?